Kassios Dias // Hel & hemel op 23,5 km

Show respect to Kassios Dias and you’ll enjoy the mountain… Disrespect him and you’ll hear him roar and laugh at you! En dat zouden we 23,5 kilometer lang niet durven te vergeten…

“Yiasou Ilian, is that you? Come and meet us for a drink in the port!” We spreken met Kassios Dias organisator Aris af in de haven van Kassiopi, Corfu. Nu begint het te kriebelen, het trailrunavontuur komt nu echt dichtbij. Onder het genot van een Mythosbiertje leren we de rest van het team kennen. Een clubje van zes jongens, met een enorme passie voor trailrunning. Ze organiseren voor de zesde keer een prachtige wedstrijd, en het hele dorp helpt ze daarbij. De ene ondernemer sponsort sportshirts voor alle deelnemers, een ander verzorgt de pastaparty de avond van tevoren, en weer een ander maakt medailles van olijfhout. En deze zes jongens zorgen ervoor dat niemand dit ooit van z’n leven nog vergeet.

De volgende dag neemt Aris ons mee op een tour rond de trail. Met zijn scooter rijdt hij voor ons uit en laat ons familiesupportteam zien waar ze het beste kunnen staan om ons aan te moedigen op 4, 14 en 18 kilometer. En oh wat is het overal prachtig! Wij snappen wel waarom de crème de la crème van de wereld zich in dit Monaco van Griekenland vestigt. Maar voor we weg kunnen dromen hoe het is om met Catherine Zeta-Jones en Bruce Willis op het stand te liggen, heeft Aris nog iets bijzonders voor ons in petto . De familie mag weer naar het dorpje en hij neemt Vin en mij mee naar het zwaarste deel van de trail. We verlaten de bewoonde wereld en duiken het oerwoud in. Boomwortels, losliggende rotsen, en vooral heuvels. Nee, bergen. En dat alles groener dan het allergroenste groen dat je ooit hebt gezien. Met een beetje fantasie zie je de Hobbits in de struiken wegschieten. Er zijn stukken waar nauwelijks een pad te herkennen is, of waar het regenwater in járen tijd een ‘pad’ heeft gesleten tussen de rotsen. Er hangt een touw tussen de bomen om omhoog te komen, want 36% stijging is niet zomaar wat. Er gaat van alles door mijn hoofd. Van ‘Ik wil hier wonen!’ tot ‘Holy fuck, dit is even wat anders dan de Stuwwaltrail, ben ik hier wel klaar voor?!’. Aris stelt ons gerust zonder ons overmoedig te maken. Kassios Dias was een God in de Griekse oudheid, met zijn tempel in het kasteel op de heuvel bij de haven. De locale bevolking toentertijd geloofde in hem en zij hebben zijn naam gegeven aan het stadje dat nu Kassiopi is. Hebben we respect voor Kassios Dias, dan zullen we genieten van de berg. Zo niet, dan…

Die avond kunnen we onze startnummers ophalen bij de pastaparty in het dorp. Het dorpje dat de hele week zo rustig was, verandert in een soort Papendal vol athleten. We bekijken nog een keer de route en het hoogteprofiel (slik!) en dan worden onze namen aangevinkt. We betalen het belachelijk lage inschrijfgeld van € 15,- en ontvangen een goodiebag met hét Kassios Dias shirt, een sportzonnebril, een Kassios Dias buff, een bon voor een gratis massage en natuurlijk onze startnummers! Met een goed bord pasta is het heerlijk mensen kijken. “Wie denk jij dat er gaat winnen, schat?” Vanavond geen biertje, maar drinken we water. In biertempo, dat dan weer wel.

17 april, 08.00u. Kalimera! Dit is geen tijdstip voor kroegbazen, maar we zijn klaarwakker. Startnummers opgespeld, water en eten in de rugzakken, veters gestrikt en koffie op. Met een spanakotiropita (bladerdeeg met feta en spinazie) to go lopen we het weggetje van onze vila naar het dorpje. Ik krijg geen hap door mijn keel. Heb ik enig idee waar ik over een klein uurtje aan ga beginnen? Veel tijd om daarbij stil te staan is er gelukkig niet. De muziek staat hard en iedereen om ons maakt zich klaar voor de race. De klok tikt stevig door, en al gauw begeven we ons naar het startvak. Of nou ja, vak, de ruimte voor de startboog waar de circa 180 lopers zich verzamelen. Er wordt van alles omgeroepen en uit “apo Hollandia” maak ik op dat het over ons gaat, meer Nederlanders doen er immers niet mee. Pfoe, kippenvel hoor. We vinden het famliesupportteam aan de kant en we willen ze nog een dikke knuffel geven voordat we van start gaan. Maar behalve die knuffel geven ze ons een enorme brok in de keel als ze laten zien wat ze bij zich hebben. En mega spandoek met de tekst: ‘1/2 marathon voor je plezier? Loop door, dan kunnen we aan het bier!‘ Slik. Klootzakken. Ontzettend lieve klootzakken.

Tria, dhio, enna, GO! Onder luid gejoel gaan we van start. “Gang is alles!” roept Bob nog, en via de haven rennen we Kassiopi uit. De eerste kilometer lopen we samen, maar we hebben afgesproken allebei ons eigen tempo te lopen. Vin verdwijnt naar voren en ik blijf in de achterhoede. In een veld met zo weinig lopers en zoveel pro’s loop je al snel alleen. Niet overhaasten, deze eerste kilometer asfalt is nog maar een fractie van de trail die komen gaat. Het is nog maar vroeg in de ochtend, maar wat is het al warm! Het asfalt verandert gelukkig al snel in bospaadjes. Kiezelsteentjes, bosgrond en boomwortels, achter de boerderijtjes langs, met hier en daar al een voorzichtig klimmetje. Na bijna 4 kilometer is de eerste waterpost. Een Engels gezin met een villa in de olijfboomgaard heeft een tafel vol met water klaargezet. Vin is een paar minuutjes eerder voorbij gekomen, en ik maak net als hij dankbaar gebruik van het koude water dat me aangeboden wordt.

En dan gaan we echt de bergen in. Het punt waar Aris ons de dag ervoor mee naartoe had genomen is bij 5 kilometer. De eerste klim kan ik hebben. De tweede lukt ook nog, en de derde wordt al zwaarder. Alles is zoveel steiler en langer dan in Nederland. Met mijn handen op mijn knieën klim ik naar boven. Van rennen is geen sprake meer, dit is bergsport. Dit is mountainrunning.  Bovenaan een klim staat een man met een zak ijsklontjes. Hebberig grijp ik een hand vol. Een in mijn mond, een in mijn nek. een onder mijn shirt en een onder mijn buff. Het ijs smelt natuurlijk meteen, maar wat is het even lekker verfrissend! En yep, het staat er echt, 36% stijging. En niet even 10 meter he, nee, er komt geen einde aan.

Ik zwik door mijn enkels, ik zak door mijn benen, mijn ademhaling is verre van relaxed, mijn temperatuur moet boven de 40ºC zijn en ik word licht in mijn hoofd. Ik weet het nu echt zeker, dit is hoe de hel eruit moet zien. Een práchtige groene fata morgana, waar je met geen mogelijkheid uit komt. Ik ga hier sterven, ik weet het zeker. Dan hoor ik een ‘pling’ op mijn telefoon. Een stembericht van Vin. Al hijgend vertelt ‘ie me dat ik vol moet houden, dat hij het ook zwaar vindt, maar dat de beloning bovenaan de berg het waard is. En terwijl ik over de losliggende rotsen omhoog klauter, weet ik dat hij gelijk heeft. Ik loop mijn vent achterna, op een afstandje. In mijn eentje, in een onbekend maar zeker niet onbemind oerwoud. Vin stuurt me een foto waar ik harder van ga lopen, een bordje met ‘Food in 300m’. Yes! Daarna volgt een foto van het uitzicht van boven. Oh! De hemel is vlakbij.

“Ikosipende!” Vijfentwintig. Dat ben ik. Ik heb een controlepost gehaald. Ik ben op 10 kilometer. Er is water en sportdrank, zoetigheid en hartige snacks. Maar nog steeds krijg ik geen hap door mijn keel. Ik neem nog wat water en loop verder. Er is een klein dorpje van een paar huisjes, de route gaat over hun erven. En dan staat Aris daar. “Bravo Ilian! Only 3 more kilometers down this road to the beach. Your family is there.” ‘Down this road’ klinkt fijn he? Nou, dat was het niet. Ik had gehoopt dat ik op de vlakke en dalende stukken iets snelheid zou kunnen maken, maar mooi niet hoor. Het ging zo steil naar beneden, dat rennen zelfmoord zou betekenen met al die boomwortels en rotsen. Heel voorzichtig naar beneden dus, op naar de familie. Ik zwik nog een paar keer door mijn enkels, zak nog een paar keer door mijn benen en zit kotsend aan de kant van het pad. Nou, als dat niet alles geven is… Nog een klein stukje. Daar staan ze. De moeders op een steiger. Met dat brok in de keel verzorgende spandoek. Ik wandel (Wandel! Ik ben hier toch nota bene om te rennen?!) op ze af en Bob vraagt of ik een dipje heb. “Man, ik heb al 14 kilometer een dipje!” Ik ga zitten op de steiger, drink een bekertje water en moet toch echt weer verder. Vin is een kwartier voor mij hierlangs gekomen. Ik moet achter hem aan.

 

Ik loop een stuk samen met een Griekse man, Alexandris. Hij heeft een beenblessure en loopt rustig. Rustig is voor mij heel prima nu. Als we maar vooruit komen. Waar het kan rennen we, waar het moet wandelen we. Tot Alexandris ineens stil staat. Hij heeft kramp. Samen proberen we rekkend de kramp uit zijn been te krijgen in half Grieks en half Engels. Het lukt gelukkig te gaan en we lopen door. Nog maar een paar kilometer tot de volgende verzorgingspost, en ik ga steeds lekkerder lopen. De ergste bergen zijn geweest, wat nu volgt zijn een aantal heuvels op Posbankniveau. Dit kan ik! Het prachtige uitzicht op zee maakt het alleen maar makkelijker. Nog een baaitje voordat we bij de 18 kilometer zijn. Het is inmiddels rond het middaguur en de zon staat pal boven ons, keihard te schijnen. Daar is de zee! Die heerlijke Griekse zee. Ik plof met mijn knieën in de branding en smijt het koude, zoute water in mijn nek. Als herboren ren ik verder, op naar het familiesupporteam!

Ik heb geen idee hoe laat het is of hoe lang ik al aan het lopen ben, en het boeit me ook voor geen ene flikker. Ik ben de Kassios Dias aan het lopen! Ik loop gewoon hier, in Griekenland, voor de helft mijn vaderland. 1,5 jaar geleden kon ik nog geen halve kilometer meter rennen en nu heb ik dit parcours gekozen voor mijn eerste halve marathon. En een beetje. Gekkenwerk. Maar oh, zo gaaf! “And there she is, all the way from the Netherlands, Iliaaaaaaan Trichopouloooooos!” Ik schreeuw het uit als ik het bos uit ren het strand op. Andrea schreeuwt me tegemoet en Bob rent een stuk met me mee. Dit hadden ze niet verwacht, na mijn 14 kilometerdrama. Ik zit er goed in, klets wat, drink nog wat water en ren (Ja! Ren!) weer verder naar boven, de volgende klim op. Vin is nog steeds een kwartiertje voor me, maar ik hoor dat hij het zwaar heeft. Onze rollen zijn nu omgedraaid.

Nog 5,5 kilometer. In mijn eentje loop ik door de glooiende bossen langs de kustlijn. Het is hier zo prachtig! Ik voel dat mijn benen zwaar worden, maar mijn hart en mijn hoofd willen door. Rechts van me in de struiken zie ik in een flits iets wits. Het zal toch niet he.. Een witte vlinder komt tevoorschijn. Ik weet niet wat het is, maar sinds mijn vader 12 jaar geleden is overleden, zie ik die witte vlinders zomaar, als ik het zwaar heb. Dan zijn ze er ineens. Alsof ze zeggen dat ik het wel red. Dat ik dit wel kan. En juist hier, een kilometer of 3 voor de finish, komen ze me even aanmoedigen. Alsof ik nog een brok in mijn keel nodig had. Klootzakken. Ontzettend lieve klootzakken.

Het laatste stuk loop ik samen met Xarris. Xarris verklaar met voor gek dat ik deze wedstrijd als eerste halve marathon heb gekozen en vindt dat ik het onztéttend goed doe. Hij besluit bij mij te blijven lopen tot aan de finish. Er zijn stukken heuvelopwaarts waar ik echt moet wandelen. Hij wandelt met me mee. Ik zeg hem dat hij gewoon door moet rennen, ik wil hem niet vertragen, maar zijn enige antwoord is “Siga, siga, pame mazi.”. Rustig, rustig, we gaan samen. En hij wandelt waar ik moet wandelen. En hij rent waar ik kan rennen. Er is nog één helse beklimming voor de finish, naar het kasteel, en dus naar de tempel van Kassios Dias. We horen de muziek bij de finish al, en terwijl we naar boven klimmen, realiseer ik me dat Vin al gefinisht moet zijn. Er gaat een golf van trots door me heen. Mijn vent heeft het al geflikt! Het is enorm bijzonder om door de ruïne van het kasteel te rennen, maar ik kan er niet te lang bij stil staan omdat de finish roept. We rennen de laatst trappetjes af, komen aan in het straatje en zetten een eindsprintje in naar de finish. “You are from Holland!” schreeuwt de omroepster. We worden onthaald als rocksterren.

En ik ren. Ik geef alles. Ik vlieg. Ik gooi mijn armen omhoog, Xarris biedt me zijn hand aan en we gaan hand in hand over de finish. En dan zie ik Vin. Ik ren op hem af en de hele wereld staat stil. Zes minuten nadat hij gefinisht is, val ik in zijn armen. Er zijn geen woorden, er is alleen maar bewondering en trots. De moeders huilen, Bob en Andrea joelen, net als de rest van het publiek. En Vin en ik? Wij weten wat de berg met ons gedaan heeft. En daar drinken we op.

Yiamas!

 

THANKS TO:

*Onze fantastische familie en vrienden
*De Kassios Dias organisatie
*Runnersworld Arnhem

 

Advertenties

2 reacties Voeg uw reactie toe

  1. Peet schreef:

    Bikkels !!!!!!!
    Heel veel RESPECT voor jullie.
    Leuke site ilian

    Like

  2. Bas de Zeeman schreef:

    Mooi! Heel mooi, Ilian en Vin, knap gedaan. Je ziet, de natuur geeft je veel terug voor je inspanningen. Prachtige foto’s van jullie begeleiders. Inspirerend!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s